CHI Nederland


Dutch Directions in HCI aan de voet van de Rembrandttoren - Sigchi.nl lustrumconferentie (verslag)

dutch_directions_w480.jpg

Donderdagochtend, halfnegen, is het treinverkeer gestremd op het baanvak Utrecht-Amsterdam, waardoor de conferentie een kwartiertje later begint. We houden het er maar op dat de oorzaak is te herleiden tot een HCI-probleem - een mooie binnenkomer is immers wel een leugentje waard. Het heeft de pret in elk geval niet mogen drukken want de sfeer en de kwaliteit van het gebodene waren uitstekend op de eerste lustrumconferentie van Sigchi.nl. Het hoge aantal deelnemers geeft wel aan dat HCI, ofwel mens-machine-interactie momenteel flink in de belangstelling staat.

Het Cabaretduo Van Wicken & Weeghen, als afgevaardigden van het Instituut voor Vocale Communicatiestrategieën, opent de conferentie. En daarbij moet Powerpoint het ontgelden: de Powerpointdia's van het Instituut - die normaal gesproken exact hetzelfde laten zien als wat de sprekers te vertellen hebben, blijken een eigen stem te hebben gekregen en gaan de discussie aan met hun misbruikers. En dat terwijl Bas Haring hierna in de eerste 'keynote' gaat beweren dat dat helemaal niet kan.

Haring - schrijver, wetenschapper en tegenwoordig ook televisiefilosoof - vraagt zich af of er ooit wel machines zullen komen die de mens begrijpen. Begrip is volgens Haring sterk verbonden aan ervaring, fysieke ervaring zelfs. Doordat je ooit hebt ervaren wat zitten op een stoel is, kun je ook de functie doorzien van een nieuwe stoel waar je nooit eerder op hebt gezeten. Niet alleen ervaring maar ook emotie is een randvoorwaarde voor begrip - en hoe kan een machine nu ooit emotioneel worden? Hooguit een beetje, volgens Haring. Neem nu het volgende gedachte-experiment: een robotje is geprogrammeerd om voor mensen op de vlucht te slaan. Eenmaal door een mens in de val gelokt zal het robotje, dat inmiddels geen kant meer opkan en toch wanhopig een uitweg zoekt, misschien wel oververhit kunnen raken. Dat is inderdaad vergelijkbaar met een menselijke angstreactie. Maar het is wel een hele primitieve reactie. Met zoveel beperkingen aan de kant van de machine ziet Haring de mens veel eerder naar de machine opschuiven dan andersom. Zo ook Haring: in navolging van miljoenen huisdieren zal hij zich binnenkort laten 'chippen'. Maar dan wel met een heel ander doel: op deze manier kan Haring zich voortaan in de Baja Beach Club in Barcelona laten vollopen met champagne en daarna zonder te betalen èn zonder problemen naar huis. De afrekening vindt volledig elektronisch plaats, zonder tussenkomst van papier of plastic. Ik hoop maar niet dat mijn vriendin binnenkort gaat winkelen met een chip in haar arm.

De eerste paneldiscussie van de conferentie ging over Radio Frequentie Identificatie technologie (RFID). Streepjescodes zullen op korte termijn worden vervangen door elektronische labels. Deze labels zijn weliswaar geen haar intelligenter dan een streepjescode, maar ze hebben het voordeel dat ze via elektronische detectiepoortjes overal kunnen worden uitgelezen. Niet wezenlijk verschillend van de chip van Bas Haring dus. Behalve winkelen zonder kassa liggen er legio mogelijkheden in de gezondheidszorg, de ouderenzorg, de dienstverlening en de entertainmentindustrie. Toch blijkt de consument niet zo happig op deze nieuwe 'spy- en trackingchips'. In de Verenigde Staten, waar al voorzichtig wordt geëxperimenteerd met RFID, wordt veel weerstand ondervonden van actiegroepen en consumentenorganisaties. Iedereen kan immers, zolang die maar lang hij maar dicht genoeg langs een detectieapparaat loopt, in de gaten worden gehouden. Genoeg reden voor angstvisioenen dus. En we leven al in zo'n angstige tijd. Rob van Kranenburg van het Virtueel Platform illustreerde die angst met een inventarisatie van reclameboodschappen: vijftig reclameteksten met het woord 'veilig' waren snel gevonden. De mensen die bezig zijn met RFID kijken met enige jaloezie terug naar de jaren zeventig van de vorige eeuw: er heerste toen een positiever mensbeeld en dat had de acceptatiegraad RFID zeker vergroot.

Peter Merholtz van Adaptive Path, 'the world's premier user experience consulting company', is de tweede keynote spreker van de dag. Merholtz lijkt een serieuze poging te wagen om de eerder door de Spoorwegen opgelopen vertraging in halen. In sneltreinvaart bespreekt Merholz een aantal methoden en technieken waar hij in zijn consultancypraktijk gebruik van maakt. De boodschap daarbij is vooral: houdt het simpel en begrijpbaar voor de klant en profiteer van de communicatieve waarde die beeldmateriaal kan hebben. Een van zijn voorbeelden: om een klant een indruk te geven van het leven van een 'early adaptor' op gebied van technische apparatuur, liet Merholtz zo'n early adoptor ook zelf zijn omgeving fotograferen met een wegwerpcameraatje. Het beeldverslag dat daaruit voortvloeit spreekt veel meer dan een weergave in woorden.

Een volgende paneldiscussie ging over de vraag of we door al het virtuele contact nu wel zo veel socialer zijn geworden. Als het gaat over de kwantiteit van onze relaties kan die vraag zeker met 'ja' worden beantwoord, maar wanneer we kijken naar de kwaliteit, worden er nogal wat vraagtekens geplaatst. Iemand uit de zaal kende een kind dat al meer dan vijf jaar geleden is verhuisd en nog steeds meer virtueel contact met zijn oude vriendjes heeft dan 'echt' contact met nieuwe vriendjes. Veel bezorgdheid klonk er ook over al die uren die kinderen achter de computer doorbrengen in plaats van op straat, met hun vriendjes. Nergens voor nodig, antwoordde een van de oudere toehoorders in de zaal: deze moeder van een viertienjarige dochter vond dat we simpelweg te maken hebben met een cultuurverandering waarbij de ouderen per definitie in vertwijfeling achterblijven. Henk de Poot probeerde het nog even met de stelling dat ook 'verveling' een belangrijke motor voor intelligentie en creativiteit is, maar dat haalde niet veel meer uit. Waar iedereen het wel over eens kon worden, is dat de toename van communicatiemiddelen het steeds lastiger maakt om de regisseur van je eigen leven te zijn. En dat die ontwikkeling eigenlijk al is ingezet in de jaren zestig van de twintigste eeuw, met de doorbraak van de telefoon - wie horen we daar nog over?

De laatste paneldiscussie kwam helaas niet goed op gang. Zes opleidingsinstituten traden met elkaar in discussie over HCI-onderwijs. Wat duidelijk werd is dat je HCI-onderwijs op vele manieren kan inrichten en dat de opleidingen allemaal verschillende beelden over de beroepspraktijk voor ogen hebben. En dat de opleidingen allemaal erg praktijkgericht zijn. Door de economische recessie, laten opleidingsinstituten de oren meer hangen naar 'de vraag van de markt'. Of dat nu wel zo verstandig is in onze dynamische samenleving is nog maar de vraag: is er over een paar jaar niet weer iets heel anders 'hot' en zitten we dan niet met specialisten in de verkeerde richting? Daarnaast is er toch ook veel overlap tussen de verschillende opleidingen, wat het onderscheid er voor de buitenwacht niet gemakkelijker op maakt. En tenslotte stelde een verontruste student uit de zaal de terechte vraag of er überhaupt wel voldoende markt is voor de grote hoeveelheid studenten die deze opleidingen afleveren.

Het Instituut voor Vocale Communicatiestrategieën bood een terugblik op de conferentie, waarbij Eric Carle's klassieker Rupsje Nooitgenoeg het verhaal verlevendigde. Sigchi's Founding father Gerrit van der Veer werd vervolgens gehuldigd als erelid en daarmee was de zeer succesvolle lustrumconferentie alweer ten einde.

 

Igor Freeke, 16 juni 2004